Beweging als medicijn: sporten is belangrijk voor, tijdens én na kanker

Prof. Dr. Nele Adriaenssens

Prof. Dr. Nele Adriaenssens combineert onderzoek aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) met klinisch werk in het UZ Brussel, waardoor ze de expert bij uitstek is om te vertellen of en hoe beweging belangrijk is voor patiënten met kanker. "Beweging is een gamechanger in de oncologie."

Lichaamsbeweging is voor mensen met kanker veel meer dan een gezonde gewoonte: het is een essentieel onderdeel van hun zorgtraject. In dit interview duiken we in de wetenschap achter beweging. Kan het de overlevingskansen vergroten? Helpt het tegen de bijwerkingen?

Prof. Dr. Nele Adriaenssens is Coördinator oncologische revalidatie bij het Universitair Ziekenhuis Brussel (UZ Brussel) - Kankercentrum Brussel, en Docent Rehabilitation Research , Oncology – Lymphology, aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB).

 

Beweging bij kanker: wat is nodig?

Eerst en vooral, wat is beweging? Dat kan gaan van actief zijn en 5.000 stappen per dag doen, tot vier keer per week een half uur sporten. Wat is relevant voor iemand die kanker heeft?

"Beweging is natuurlijk een heel groot en ruim begrip, en daar kan inderdaad van alles onder vallen. Ik denk dat we in ons dagelijks leven al veel aan het bewegen zijn. Maar het is natuurlijk iets anders wanneer dat we echt beginnen te sporten of wanneer dat we echt aan oefentherapie doen. Dan zit je natuurlijk op een ander niveau, dan is het veel intensiever. Wat we alle mensen die geconfronteerd worden met een diagnose van kanker kunnen aanraden, is een fysieke actieve levensstijl. Maar dat is eigenlijk voor elk van ons zo natuurlijk, ook de gezonde mensen.

Er zijn een aantal richtlijnen vanuit de Wereldgezondheidsorganisatie, bijvoorbeeld 150 minuten matige intensiteit per week aan beweging om een gezonde levensstijl te kunnen nastreven. Daarnaast heb je inderdaad ook de 5.000 of 10.000 stappen per dag die we nastreven. En dat zijn allemaal goede hulpmiddeltjes om toch te kijken of dat we wel degelijk in balans zijn en/of dat we voldoende sporten.

Maar nu, wanneer het over oefentherapie hebben, en als we echt denken aan een herstel voor onze patiënten met kanker, dan gaan we wel naar de richtlijnen werken van bijvoorbeeld de Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF), American Society of Clinical Oncology (ASCO) en American College of Sports Medicine (ACSM), en dan zitten we al snel aan 3 keer per week aerobe training. Dus dat wil zeggen uithoudingstraining. Dat kan bijvoorbeeld op een loopband zijn of op een hometrainer of zelfs gewoon gaan wandelen aan een bepaalde snelheid. Dat is voor iedereen verschillend en dan wordt er ook aangeraden om krachttraining te doen. Je hoeft natuurlijk geen bodybuilder te worden maar het is wel leuk om uw spieren wat te versterken en dat is ook wat we beogen met bijvoorbeeld revalidatieprogramma's voor deze doelgroep."

 
Sporten tijdens chemotherapie

Hoe kan beweging iemand die in behandeling is, en bijvoorbeeld chemo krijgt, helpen? Wat zal hij of zij kunnen ervaren of voelen?

"Bewegen tijdens chemotherapie, en ook tijdens de andere therapieën is een hele belangrijke. Spijtig genoeg komt dat nog niet altijd even goed aan het licht, maar we weten wel uit de literatuur en ook uit eigen studies die we aan het ondernemen zijn, dat het heel belangrijk is om te blijven bewegen of te starten met bewegen voor sommige mensen tijdens bijvoorbeeld, de chemotherapie.

Wat zijn nu de effecten als men gaat blijven bewegen tijdens de chemotherapie? Dat is onder andere dat men gaat proberen van de lichaamssamenstelling, dus de vetmassa, de spiermassa enzovoort op pijl te houden. Want tijdens een chemobehandeling, wordt er veel toxiciteit op het lichaam losgelaten en we willen vermijden dat het lichaam zou gaan verzwakken. Er is wetenschappelijk bewijs dat als de patiënten tijdens de behandeling hun lichaamssamenstelling op pijl kunnen houden, dat ze nadien ook veel sneller en beter terug zullen revalideren. En op die manier nadien ook sneller en beter terug in het dagelijkse leven zullen integreren, en dat is toch iets wat dat we zeker en vast beogen.

Daarnaast zien we ook bijvoorbeeld dat de tolerantie, dus het verdragen van de chemotherapie, ook een belangrijke uitkomst is wanneer dat we patiënten laten bewegen tijdens hun behandeling. Ze krijgen veel minder bijwerkingen en op die manier kunnen ze de behandeling beter en langer volhouden. Dit heeft dan weer een positief effect op het psychosociale welzijn. Want als je niet de volledige dosis kan krijgen of het aantal sessies chemotherapie die voorzien zijn, dan kan het wel eens in het hoofd beginnen spelen dat patiënten denken dat ze misschien minder kans hebben om te overleven of dat er een herval zou kunnen zijn, dus dat de kanker zou kunnen terugkomen. En onrechtstreeks heeft ook dat een effect op de overlevingskansen. Want als je de volledige dosis chemotherapie kan ondergaan, dus zonder dat er te veel onderbrekingen zijn of zonder dat het moet minder gedoseerd worden, dan is dat natuurlijk ook mooi meegenomen. Daarom hopen we dat we met beweging tijdens chemotherapie een betere levenskwaliteit voor de patiënten kunnen beogen, en dat is natuurlijk waar dat we het ook voor moeten doen."

 
De CHALLENGE-studie

Kan u een recente studie aanhalen die bijzonder relevant is?

"Er is vorig jaar een zeer grote studie verschenen uit verschillende landen met zeer veel patiënten, een fase 3, dus dat wil zeggen dat die studie al zeer vergevorderd was, waarbij dat men eigenlijk een controlegroep heeft vergeleken met een interventiegroep. In darmkanker was dat. De controlegroep kreeg advies rond fysiek actief zijn en ook een gezonde levensstijl nastreven, en de andere groep werd aangeraden om te blijven bewegen tot 3 jaar na de behandeling. Dus zij kregen wel een fysiek activiteitenprogramma en er werd ook een component van gedragsverandering aan gekoppeld. Dus de mensen werden ook gemotiveerd. Er werd ook uitgelegd waarom het belangrijk was enzovoort.

En dan zagen ze na die 3 jaar opvolging dat de patiënten in de actieve groep, dus die wel aan beweging deden, dat zij veel betere overlevingskansen hadden. Het was trouwens niet alleen de ‘overall survival’, de algemene overleving, maar ook de kanker zelf was niet teruggekomen.

Dit is toch een hele belangrijke studie die nu zeer recent is verschenen, binnen de populatie van de darmkankerpatiënten, en waar wij nu verder aan de slag mee gaan.

Want het is eigenlijk de eerste keer dat er een dergelijke grote studie gepubliceerd is waaruit dat blijkt dat beweging ook echt een medicijn kan zijn tegen kanker, tegen het herval, maar ook om de overleving van kanker te gaan verbeteren, en dus dat is wel een gamechanger. De studie heeft ons domein zeer sterk beïnvloed en hierdoor komt alles weer in een stroomversnelling om dezelfde protocollen van oefentherapie te gaan toepassen bij andere doelgroepen van mensen die leven met of na kanker."

Is beweging vandaag al opgenomen in de protocollen van kankerbehandeling?

"Ik zal daar diplomatisch op proberen te antwoorden. We hebben alle evidentie dus de wetenschap is er, de onderbouwing is er. We weten dat bewegen superbelangrijk is, zelfs al van bij de preventie van kanker. Maar toch, spijtig genoeg, bijvoorbeeld in de terugbetaling in de nomenclatuur van de kinesitherapie, is er geen enkele code die we kunnen gebruiken op dit moment, waardoor dat een dergelijk programma voor patiënten met of na kanker wel zou terugbetaald worden voor de patiënten.

We moeten vandaag wachten tot de patiënt bepaalde nevenwerkingen heeft die we dan kunnen ‘gebruiken’ als aanknopingspunt voor terugbetaling, maar uiteraard zouden we veel liever hebben dat we al vroeger kunnen ingrijpen, en dat beweging als een pakket kan aangeboden worden aan alle patiënten die het nodig hebben. En dit is wel degelijk de grote meerderheid van de patiënten die een kankerdiagnose krijgen."

 
Ook kanker voorkomen

Bewegen wordt ook preventief tegen kanker aangemoedigd. Kan u kort het belang uitleggen?

"Het belang van beweging in de preventie van kanker is een hele goede vraag, want we weten momenteel al met de evidentie die er bestaat dat er bewijzen zijn dat mensen die een fysieke actieve levensstijl hebben, dat het risico op een 7 a 8 tal types van kanker dan gaat dalen. Dus we kunnen eigenlijk kanker ook voorkomen door als gezonde mensen een fysieke en actieve levensstijl na te streven, en dat is toch wel een hele belangrijke. Ik heb het hier dan over de primaire preventie, het tegengaan van het ontstaan of het ontwikkelen van kanker.

Maar dan heb je ook nog natuurlijk de secundaire preventie, waarbij dat we bij mensen die al een kankerdiagnose hebben gehad minder kans zouden hebben dat die zou terugkomen, en dat ze dus zouden hervallen. Dit is ook zeer belangrijk in de preventie van kanker en daar kunnen we ook met bewegen bij helpen. Dus bewegen heeft een sleutelrol al van bij de preventie tot en met ja, de einde levensfase van de patiënten."

Wat zou er u nog meer moeten gebeuren? Wat is uw persoonlijke oproep?

"Wat er nog meer zou moeten bewegen bij onze patiënten, en zelfs zo voor ze patiënt worden, bij elk van ons is meer bewegen. Ons programma in UZ Brussel heet ook Just move, en dat is echt wel met een reden gekozen. We zijn echt al heel blij en we weten dat er al positieve effecten zijn vanaf het moment dat de mensen gewoon beginnen te bewegen. Zeker mensen die een sedentaire, dus een zittende, niet actieve levensstijl hebben gehad. Dit is het moment om in gang te schieten en letterlijk in beweging te komen. Want bewegen kan zoveel problemen voorkomen en tijdens de behandeling, veel van de bijwerkingen doen dalen.

Het belang van beweging is echt onmiskenbaar, en spijtig genoeg misschien ook nog niet voldoende gekend bij de meeste patiënten en ook zorgverstrekkers. Dus we zouden het liefst van al in de ideale wereld hebben dat natuurlijk alle zorgverstrekkers zouden doorverwijzen voor revalidatieprogramma's of een al meer actieve levensstijl, want dat is waar we momenteel nog wat op zitten te wachten."

U begeleidt kankerpatiënten met een persoonlijk revalidatieprogramma. Hoe verloopt dit?

"We zijn natuurlijk al heel blij als patiënten een fysieke actieve levensstijl hebben, zowel voor, tijdens, als na een behandeling. Maar het is natuurlijk nog beter om een revalidatieprogramma te volgen. Dat is dan gesuperviseerd en vaak kan dat zoals bij ons in UZ Brussel ook in groep gebeuren, waarbij dat er dan ook lotgenoten contact is. En dus de mensen volgen allemaal samen op hetzelfde tijdstip een oefenprogramma, maar dat oefenprogramma is wel aangepast aan elk individu, want natuurlijk heeft niet elke patiënt dezelfde noden of behoeften, en ook niet dezelfde doelen.

We gaan op zoek met de patiënten naar wat er belangrijk is voor hun in hun dagelijks leven. Sommige patiënten moeten bijvoorbeeld terug gaan werken of moeten terug in hun gezin al hun rollen kunnen opnemen, en dat is belangrijk om dan mee te nemen in het programma. Ook patiënten hebben vaak allemaal andere nevenwerkingen en daar moeten we ook gaan uitzoeken samen met de patiënt waar zij het meeste last van ondervinden en dan proberen we daaraan te werken.

Nu, onze programma's zijn vooral gericht op re-conditioneren, dus eigenlijk het terug versterken van de uithouding en de fysieke conditie. Maar daarnaast zijn er nog heel wat andere problemen die patiënten kunnen ervaren. Bijvoorbeeld het lymfoedeem waarbij er zwellingen ontstaan na een chirurgie omdat de lymfeklieren werden verwijderd. Dit is bijvoorbeeld iets wat dat we wel apart moeten aanpakken bij de patiënt. Dat zijn manuele technieken die we dan moeten toepassen. En dat kunnen we niet met zo'n groepsprogramma oplossen. Dus het is echt belangrijk om samen met de patiënt, alles in samenspraak, ook met het medische team interprofessioneel te gaan bekijken, en zo een gepast op maat programma voor elke patiënt te gaan uitwerken om de beste en de meest efficiënte effecten te kunnen bereiken."