Science highlights

Glioblastoom: waarom de strijd tegen hersentumoren slimmer moet

Brain tumour in children - U-R-Immune Glioma trial by Anticancer Fund
Een persoonlijke motivatie: het verhaal van Pascal

Ongeveer een jaar geleden stapte ik mijn huis uit en merkte ik dat er iets mis was bij mijn buurman. Pascal had het de voorbije maanden erg zwaar gehad omdat zijn tumor was teruggekomen. Jammer genoeg was die dag Pascals laatste.

De tumor die Pascal fataal werd, is de meest voorkomende en agressieve vorm van hersentumoren: glioblastoom. Gezien de omstandigheden had Pascal ergens nog wel geluk gehad. Na een verschrikkelijke initiële diagnose had hij nog zo'n 8 jaar een goed leven gekend. Tot het weer misging.

Pascal wist dat ik betrokken was bij wetenschappelijk onderzoek naar glioblastoom. Telkens als we elkaar zagen, vroeg hij me: "En Gauthier, heb je al iets voor mij gevonden?" Het eerlijke antwoord was altijd een hartverscheurend: "Nog niet, het spijt me, Pascal."

 

Een sprong in het onbekende

Mijn traject in het glioblastoomonderzoek begon in 2013. We kregen toen een aanvraag om een klinische studie te financieren die steunde op een toch wel krankzinnig idee: 10 medicijnen tegelijkertijd inzetten tegen een terugkerend glioblastoom om de groei ervan te remmen. Het was toen louter een concept, maar we geloofden erin. Tegen zo'n onbarmhartige ziekte heb je gedurfde ideeën nodig. Mijn collega Kristine en ik hielpen het team om de klinische studie uit te werken, en we financierden die vervolgens. De resultaten kwamen een paar jaar later met bemoedigende cijfers: de combinatie van 10 medicijnen werd goed verdragen en 3 op de 10 patiënten overleefden nog meerdere jaren.

De studie was een succes, maar er was een probleem. Niemand buiten het onderzoeksteam vond het logisch om '10 slierten spaghetti tegen de muur te gooien' in de hoop dat er eentje bleef plakken, zonder enig idee welke dat was en waarom. Het was het exacte tegenovergestelde van precisiegeneeskunde, net op een moment dat precisie-oncologie enorm in de lift zat. Bijgevolg is er nooit een vervolgstudie gekomen.

 

Kennis over hersentumoren volstaat niet

Sinds 2013 is de hoeveelheid opgebouwde kennis over de biologie van glioblastoom even indrukwekkend als het gebrek aan vooruitgang in de behandeling van de patiënten. Al die kennis heeft zich niet vertaald in grote doorbraken. Voor Pascal was dat uiteraard onacceptabel. Toen ik het hem probeerde uit te leggen, besefte ik dat ik eigenlijk gewoon excuses aan het zoeken was. Ik zag hem zo denken: “Als je weet waarom het telkens mislukt, pak die problemen dan aan.”

Opvallend genoeg is de vooruitgang sinds 2013 er gekomen door betere onderzoeksmethoden en niet door gloednieuwe, 'sexy' medicijnen. Iedereen die nauw betrokken is bij glioblastoomonderzoek weet dat de overgrote meerderheid van de nieuwe geneesmiddelen faalt, de ene na de andere. Dat ligt, minstens gedeeltelijk, aan de inefficiënte onderzoeksmethoden die we al die tijdje gebruiken.

 

Twee slimme oplossingen voor een betere behandeling

Ik zie twee oplossingen die écht een verschil kunnen maken: het tempo van het testen van geneesmiddelen opdrijven en ervoor zorgen dat de medicijnen ook daadwerkelijk de tumor in de hersenen bereiken.

  • Sneller testen via 'platformstudies'

Een typische klinische studie bij glioblastoom duurt 5 tot 10 jaar, van concept tot resultaat. Als je die na elkaar uitvoert, kan een onderzoeker tijdens zijn hele carrière misschien aan 4 of 5 studies bijdragen. 'Platformstudies', waarbij meerdere medicijnen binnen hetzelfde protocol worden getest, kwamen naar voren als dé manier om dat tempo te versnellen.

Neem nu GBM Agile, een Amerikaans initiatief: dat leverde in 7 jaar tijd drie (negatieve) resultaten op, terwijl er momenteel 5 andere interventies worden getest of klaarstaan.

MAGMA een Australisch initiatief, stelde twee belangrijke maar eenvoudige vragen over hoe we het enige effectieve medicijn dat we hebben optimaal kunnen inzetten, en kreeg al tijdens de pandemie antwoord in een recordtijd.

Het Duitse N2M2 versnelde eveneens het tempo om heel gerichte onderzoeksvragen rond glioblastoom te testen.

Als financier van klinische studies vind ik dat we nooit meer een traditionele studie moeten steunen die er 10 jaar over doet om met (waarschijnlijk negatieve) resultaten te komen. We moeten net 'eisen' dat onze middelen uitsluitend naar platformstudies gaan.

  • De bloed-hersenbarrière omzeilen

Een hersentumor wordt beschermd door de bloed-hersenbarrière, een natuurlijk afweermechanisme. Die bescherming houdt stand tegen de meeste medicijnen. Op een paar uitzonderingen na bereiken medicinale stoffen de hersenen niet na orale of intraveneuze toediening. Historisch gezien hebben veel hersentumoronderzoekers daar niet te zwaar aan getild; het argument was dat de bloed-hersenbarrière bij patiënten waarschijnlijk toch al beschadigd of doorlaatbaar was. Velen geloven nu dat het net het negeren van dit probleem is waarom we telkens tegen die muur botsen. Eén oplossing is om alleen medicijnen te gebruiken waarvan we al weten dat ze de hersenen bereiken (zoals psychoactieve stoffen), of om direct te controleren of de medicijnen effectief in de tumor zijn binnengedrongen.

 

Hoe Anticancer Fund en Europa het verschil maken

Bij Anticancer Fund hebben we besloten om beide soorten inspanningen te steunen. Ten eerste hebben we EViDENCE-BM geselecteerd en gefinancierd. Dat is een studie die test of medicijnen waarvan bekend is dat ze de bloed-hersenbarrière passeren, actief zijn tegen de specifieke hersenmetastasen van elke individuele patiënt. Ten tweede, en dankzij onze opgebouwde kennis en ervaring met het herbestemmen van medicijnen (drug repurposing), zijn we nu betrokken bij EPIC GB. Dit is een ambitieus 5-jarig project, gefinancierd door Yorkshire Cancer Research, dat wil testen of medicijnen daadwerkelijk doordringen in het tumorweefsel.

Hoewel onze organisatier zich niet uitsluitend op hersentumoren richt, weten we dat de nood enorm hoog is voor de patiënten en de getroffen gezinnen. We doen ons uiterste best om vooruitgang te boeken. Zeer recentelijk raakte ik enorm enthousiast en gemotiveerd door de sterke signalen tijdens een event over hersentumoronderzoek. Dat werd gehost door Sophie Wilmès, lid van het Europees Parlement, met de krachtige steun van de voorzitster van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen. Ik heb goede hoop dat we met de projecten die we steunen iets moois op het spoor zijn.

 

Oproep tot actie: help ons glioblastoom te slim af te zijn

Ik hoop dat mijn inzichten donateurs en sponsors zullen inspireren, zodat ook zij hun steentje bijdragen:

  • De onderzoeksmethoden moeten drastisch verbeteren. We kunnen het trage tempo van 'spaghetti tegen de muur gooien' niet langer accepteren.
  • En, zoals Antoine zegt, een vriend van mijn broer die onlangs zijn jonge vrouw verloor door glioblastoom, is de gedrevenheid van de patiënten en gezinnen die door deze ziekte worden getroffen de brandstof voor iedereen om te blijven vechten tegen glioblastoom.

Blijf ons alstublieft aanjagen, blijf ons dat gevoel van urgentie geven. Wordt sponsor of raak betrokken bij onderzoeksprojecten. Wij hebben jullie nodig. Jullie hebben ons nodig. Laten we dit samen doen.

Gauthier Bouche
auteur

Gauthier Bouche (MD) is Director of Clinical Research at the Anticancer Fund. His efforts are dedicated to collaboration with clinicians, researchers and patients groups to initiate clinical trials. He advocates for more pragmatic trials addressing patients' needs and less curiosity-driven trials.