Chronische Myeloïde Leukemie

Inleiding

Definitie van Chronische Myeloïde Leukemie (CML)

Leukemie is een bloedkanker. Er bestaan verschillende vormen van leukemie, naargelang het type getroffen bloedcel. ‘Chronisch’ betekent een geleidelijke of langzame progressie en ‘myeloïde’ verwijst naar het ontstaan in myeloïde cellen. Myeloïde cellen zijn onrijpe cellen die zich normaal ontwikkelen tot rijpe rode bloedcellen, witte bloedcellen of bloedplaatjes. Bij chronische myeloïde leukemie maakt het beenmerg te veel myeloïde bloedcellen aan die zich in verschillende rijpingsstadia bevinden, inclusief cellen bekend als onrijpe granulocyten, metamyelocieten en myeloblasten. Bij diagnose vindt men vaak ook een overproductie van bloedplaatjes en basofielen (verschillende myeloïde cellen die gedeeltelijk verantwoordelijk zijn voor de allergische respons).

Een overproductie van myeloïde bloedcellen in het beenmerg verhindert uiteindelijk de normale productie van rode bloedcellen, die belangrijk zijn bij de toevoer van zuurstof naar alle cellen in het lichaam en een verlaagde productie van bloedplaatjes of trombocytopenie. Bloedplaatjes spelen een cruciale rol in de bloedstolling.

Chronische myeloïde leukemie (CML) kan worden vastgesteld bij een routinecheck-up, of na het zoeken van medische zorgen omwille van een gebrek aan energie door anemie of bloeding, abdominale pijn of ongemak en zeldzaam blauwe plekken door onvoldoende bloedplaatjes. Een vergroting van de milt, bekend als splenomegalie, leidt tot ongemak in het abdomen en de linkerkant van de borst, vroege verzadiging of veranderingen in de ontlastingspatronen. Andere mogelijke symptomen omvatten koorts, kortademigheid of botpijn. Bij diagnose hebben de meeste patiënten een hogere wittebloedceltelling (het aantal in het bloed circulerende witte bloedcellen) dan normaal.

PATIËNTENINFORMATIE OP BASIS VAN DE ESMO-RICHTLIJNEN
Deze gids voor patiënten werd gemaakt door het Antikankerfonds om patiënten en hun familie te helpen een beter inzicht te krijgen in chronische myeloïde leukemie (CML) en de bijhorende behandelingsopties. We raden de patiënten aan om hun artsen te vragen welke tests of behandelingen nodig zijn voor hun ziekte en ziektestadium. De medische informatie in deze gids is gebaseerd op de medische praktijkaanbevelingen van de European Society for Medical Oncology (ESMO) voor de behandeling van chronische myeloïde leukemie. Deze gids voor patiënten is opgesteld in samenwerking met ESMO en wordt verspreid met de toestemming van ESMO. Hij is geschreven door een arts en nagelezen door twee oncologen van ESMO, waaronder de verantwoordelijke voor de overeenkomstige clinical practice guidelines voor professionals. Hij is ook nagelezen door patiëntenvertegenwoordigers van de ‘Cancer Patient Working Group’ van ESMO.

Frequentie

Komt CML vaak voor?

Vergeleken met borstkanker bij vrouwen of prostaatkanker bij mannen komt chronische myeloïde leukemie niet vaak voor. In de Europese Unie worden 1 tot 2 gevallen gediagnosticeerd per 100.000 personen. CML komt zeer zelden voor bij kinderen. De frequentie neemt toe met de leeftijd. De gemiddelde leeftijd waarop CML wordt vastgesteld bij patiënten is 60 jaar. Er zijn geen geografische verschillen in het aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen.

Oorzaken

Wat veroorzaakt CML?

Het is bekend dat chronische myeloïde leukemie (CML) het gevolg is van een specifieke genetische abnormaliteit in de bloedstamcel, maar de oorzaak van de abnormaliteit is nog onduidelijk.

Deze specifieke genetische abnormaliteit is een abnormale herschikking van genetisch materiaal. Twee chromosomen wisselen verkeerdelijk een gedeelte van hun genen uit met genen op het andere chromosoom. Dit heet een translocatie. Voor CML worden specifiek genen van chromosoom 9 omgewisseld met genen van chromosoom 22. Bij 95% van de patiënten met CML door in het bloed of in het beenmerg circulerende cellen, kan translocatie van het abselononcogen (ABL) op chromosoom 9 en de breakpoint cluster region (BCR) op chromosoom 22 worden waargenomen, resulterend in het philadelphiachromosoom (translocatie van chromosoom 9 en 22, t(9;22).

Het philadelphiachromosoom codeert een ontregeld tyrosinekinase (een enzym in cellen). Dit resulteert in abnormaal gedrag bij de betrokken cellen. Dit omvat de vorming van onsterfelijke cellen, een verhoogde celturnover en -proliferatie en abnormale celrijping.

Er zijn zeer weinig bekende risicofactoren van CML die de kans op leukemie verhogen, maar niet noodzakelijk leiden tot leukemie.

  • Blootstelling aan een hoge stralingsdosis kan het risico op CML verhogen. Overlevenden van de atoombom, een kernreactorongeval en radiologietechnici van vóór 1950 (toen voor het eerst met beschermschilden werd gewerkt) lopen een verhoogd risico op CML.
  • Het risico op CML neemt toe met de leeftijd, maar is naarmate mensen ouder worden nog steeds zeer klein. CML komt ook iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

Bij mensen die beroepsmatig worden blootgesteld aan pesticiden of benzenen lijkt het risico op CML matig verhoogd te zijn.

 

 

Diagnose

Hoe wordt de diagnose van CML gesteld?

Chronische myeloïde leukemie kan worden vermoed door symptomen of afwijkende laboratoriumresultaten bij patiënten met en zonder symptomen (asymptomatisch). Mogelijke symptomen en klinische verschijnselen omvatten:

  1. Splenomegalie. Door zijn ligging bovenaan aan de linkerzijde van het abdomen veroorzaakt een vergrote milt abdominaal ongemak, pijn die uitstraalt naar de linkerschouder, vroege verzadiging (onvermogen om volledige maaltijden te eten), een verandering in de ontlastingsgewoonten (door darmobstructie), soms gewichtstoename en het gevoel van een massa van de linkerzijde van de borst tot in het abdomen.
  2. Vermoeidheid. Vermoeidheid is een vaak voorkomend symptoom ten gevolge van anemie (lagere bloedceltelling, vaak gemeten als hematocriet- of lage hemoglobinewaarden). Patiënten die lichamelijk actief zijn, merken de effecten van de anemie soms pas als ze ernstig is.
  3. Bloedingen. Soms vertonen patiënten aanvankelijk een verhoogd aantal bloedplaatjes. Omgekeerd, kan een laag aantal bloedplaatjes door de vervanging van normale beenmergcellen door leukemiecellen opgemerkt worden en leiden tot het gemakkelijk krijgen van blauwe plekken, neus- en tandvleesbloedingen, petechiae (rode stippen op de huid, gewoonlijk op de schenen en enkels) en purpura (groepen petechiae die grotere rode huidstippen vormen).

Bij patiënten met de bovenvermelde symptomen moet een volledige bloedceltelling worden uitgevoerd om de drie bloedceltypes die in het beenmerg worden aangemaakt te controleren: 1) witte bloedcellen, 2) rode bloedcellen en 3) bloedplaatjes. Nu en dan kan het eerste vermoeden van mogelijke leukemie gebaseerd zijn op routinelaboratoriumresultaten alleen. Bovendien toont de volledige bloedceltelling, als onderdeel van de wittebloedceltelling de circulerende leukemiecellen in het bloed aan: in de bloedsomloop wordt een verhoogd aantal witte bloedcellen in verscheidene rijpingsstadia, die zich abnormaal snel prolifereren, met een onevenredige toename van het aantal basofielen waargenomen.

Als een diagnose van CML wordt vermoed op basis van symptomen en de wittebloedceltelling, dan wordt een beenmergbiopsie uitgevoerd.

In de meeste gevallen kunnen de leukemiecellen die in de volledige bloedceltelling worden gevonden, adequaat weefsel opleveren om te onderzoeken op de aanwezigheid van philadelphiachromosoom (translocatie van chromosoom 9 en 22, hierboven beschreven).

, t(9;22) kan worden opgespoord door middel van conventionele cytogenetische methoden (analyse van het chromosoom banden patroon  van beenmergcellen in metafase) maar kan eveneens worden opgespoord met behulp van moleculaire technieken inclusief polymerase-kettingreactie (PCR), een techniek uit de moleculaire biologie om één of enkele kopieën van een stukje DNA (deoxyribonucleïnezuur) te produceren en fluorescentie-in-situhybridisatie (FISH), een cytogenetische techniek die  gebruikt wordt om de aan -  of afwezigheid van specifieke DNA-sequenties op chromosomen op te sporen en te lokaliseren. In deze gevallen kan de behandeling vóór de beenmergbiopsie worden gestart.

Een beenmergbiopsie is een kleine doch onaangename ingreep die vijftien minuten duurt. Voor de procedure wordt lokale anesthesie (pijnverdovend geneesmiddel) gebruikt en gewoonlijk wordt geen scherpe pijn ervaren. Door de procedure kan de patholoog (een arts die opgeleid is in het diagnosticeren van de ziekte op basis van het uitzicht van cellen of weefsels onder de microscoop) de diagnose van CML stellen. De patholoog kan ook vaststellen welk type CML de patiënt heeft en de genetische afwijkingen van de leukemie bepalen door de chromosomen grondig te onderzoeken. Om het philadelphiachromosoom te identificeren worden PCR- en FISH-tests uitgevoerd.

 

 

 

Behandeling

Wat moet geweten zijn om een optimale behandeling te krijgen?

Om de beste behandeling te kunnen bepalen moeten artsen  informatie vergaren over eigenschappen van zowel de patient welf als van de leukemie.

Relevante informatie over de patiënt

• Persoonlijke medische voorgeschiedenis
• Resultaten van het door de arts uitgevoerde klinische onderzoek
• Algemeen welzijn
• Typering voor beenmergtransplantatie. Vóór de ontwikkeling van gerichte therapieën voor CML, was beenmergtransplantatie de eerstelijnstherapie. Tegenwoordig kunnen sommige patiënten met CML een beenmergtransplantatie nodig hebben, maar gewoonlijk alleen als ze niet reageren op een gerichte therapie en hun ziekte zich uitbreidt. Een beenmergtransplantatie impliceert het gebruik van gezonde beenmergcellen van een andere persoon om het carcinomateuze beenmerg van de patiënt te vervangen. Om te voorkomen dat het immuunsysteem van de donor het lichaam van de patiënt aantast (een aandoening bekend als graft versus host-ziekte), moet een weefseltypering worden uitgevoerd om te bepalen of een donor en een patiënt ’matchen’. Dit wordt bepaald door hoezeer de specifieke eiwitten, humaan leukocytenantigeen (HLA) genoemd, van de donor en patiënt gelijkenissen vertonen. Aangezien het enkele maanden kan duren voor het passende beenmerg wordt gevonden, is het nuttig om vooraf het type van de patiënt te kennen. Er moet ook een HLA-typering worden uitgevoerd van broers en zussen die als donor in aanmerking komen. Als broers en zussen niet ‘passen’, moeten niet-verwante donors worden gescreend.

Relevante informatie over de leukemie

• Stadiëring, prognose en risicoclassificatie
In tegenstelling tot andere kankers, die zich op één plaats ontwikkelen (zoals borstkanker in de borst of prostaatkanker in de prostaat) en dan uitzaaien (metastaseren), worden kwaadaardige cellen bij patiënten met leukemie als overal in het lichaam aanwezig beschouwd bij de diagnose omwille van hun normale circulatie in de bloedbaan. Daarom wordt de prognose niet bepaald op basis van de uitzaaiing van de ziekte. Het ziektestadium wordt bepaald volgens de ‘fase’ met name de chronische fase, acceleratiefase en blastische fase of blastencrisis. De meeste patiënten worden gediagnosticeerd in de chronische fase. Patiënten worden gediagnosticeerd met acceleratiefase indien het percentage blasten in het beenmerg of het bloed tot 15-29% stijgt, zich meer dan 20% basofielen ontwikkelen in het bloed, het aantal bloedplaatjes sterk stijgt of daalt (maar niet als het gevolg van therapie) of naast het philadelphiachromosoom een klonale afwijking ontstaat. Het meest gevorderde ziektestadium is de blastencrisis die wordt gekenmerkt door een toename van het aantal blasten in het beenmerg of het perifere bloed met minstens 30%.


In perifeer bloed of in beenmerg
CCA / Ph+= klonale chromosoomafwijkingen in Ph+- cellen
+ exclusief lever en milt, inclusief lymfeklieren, huid, het centrale zenuwstelsel (CZS), bot en longen.

Onbehandelde patiënten met CML in de chronische fase, evolueren na 3-5 jaar naar de acceleratiefase. Zonder behandeling hebben patiënten in de acceleratiefase een mediane overleving van 4 tot 6 maanden. De overleving is verder beperkt indien een blastencrisis voorkomt met een gemiddelde overleving van 2 tot 4 maanden bij onbehandelde patiënten.

De prognose van een patiënt wordt het best voorspeld door karakterisering van de patiënt (inclusief het percentage basofielen en de grootte van de milt). Er zijn vele scoresystemen ontwikkeld die de patiënten- en ziektekenmerken gebruiken waarmee de waarschijnlijkheid van behandelingsrespons en overleving kunnen worden berekend. Bij gebruik van het het meest actuele systeem , de EUTOS-risicoscore, was de progressievrije overleving na vijf jaar significant beter in de laagrisico- dan in de hoogrisicogroep (90% vs. 82%), maar de globale overleving was slechts iets lager dan die binnen de normale, gezonde populatie.

 

Wat zijn de behandelingsopties?

De behandeling moet plaatsvinden in centra die gewend zijn om CML te behandelen en over een geschikte multidisciplinaire infrastructuur beschikken. Wanneer mogelijk, zou de behandeling onder de vorm van klinische studies moeten worden aangeboden.

De behandeling van CML is op de individuele patiënt afgestemd op basis van het ziektestadium bij diagnose. In tegenstelling tot vaste tumoren, spelen chirurgische resectie en radiotherapie normaliter geen rol bij de behandeling van CML.


Behandeling voor de chronische fase van CML

De t(9;22) mutatie leidt tot een gemuteerde  tyrosinekinase. De eerste behandeling is een remmer van dit gemuteerde tyrosinekinase, ook bekend als BCR-ABL-tyrosinekinase. Andere middelen, met inbegrip van interferonmonotherapie en hydroxyureum hebben een beperkte rol in de eerstelijnstherapie. Hydroxyureum wordt gebruikt om snel de ziektelast te verminderen en de wittebloedceltellingen te verlagen. Imatinib is een tyrosinekinaseremmer van de eerste generatie die voor bijna 90% van de patiënten voor een globale overleving van 8 jaar zorgt. Tyrosinekinaseremmers van de tweede generatie zoals dasatinib of nilotinib, kunnen ook worden overwogen voor alle patiënten met CML bij de diagnose. Patiënten mogen niet stoppen met het innemen van imatinib, dasatinib of nilotinib, tenzij opgedragen als onderdeel van een klinische studie of in geval van ernstige bijwerkingen. Deze therapieën worden voor onbepaalde duur gebruikt omdat blijkt dat stopzetting ervan resulteert in recidief of progressie van CML.

Na de start van de CML-therapie moeten de patiënten worden gecontroleerd op behandelingsrespons. De controle van de behandelingsrespons is belangrijk om te bepalen of een adequate respons is bereikt, of de dosis moet worden verhoogd of de patiënt moet worden overgeschakeld naar een andere behandeling. Aangezien de therapie voor onbepaalde duur wordt voortgezet en bij de meeste patiënten recidief optreedt na stopzetting van de therapie, is een nauwgezette controle van de ziekte van cruciaal belang. Voortdurende controle is noodzakelijk, zelfs bij optimale respons, om potentieel recidief op te sporen en te behandelen. Specifieke responscriteria, inclusief optimaal, suboptimaal en falen zijn opgesteld om de geschikte toename of verandering van therapie te begeleiden.

Responsbeoordeling is gebaseerd op 3 niveau’s van respons: de hematologische respons, cytogenetische respons en de moleculaire respons, zoals hieronder beschreven wordt.

  • Hematologische respons
  • De beoordeling van de hematologische respons dient plaats te vinden na de start van de behandeling en dit om de 2 weken om de perifere wittebloedcel-(WBC) en bloedplaatjestellingen te controleren.
  • Een volledige hematologische respons (CHR) is de vereninging van
  • een totale WBC <10×109/l,
  • een WBC-formule zonder onrijpe granulocyten en < 5% basofielen,
  • een bloedplaatjestelling < 450×109/l,
  • en een niet-palpeerbare milt.
  • Cytogenetische respons (CgR)
  • De cytogenetica moet worden gecontroleerd na 3 maanden, 6 maanden, 12 maanden en 18 maanden behandeling met een tyrosinekinaseremmer. Tot een volledige cytogenetische respons is bereikt (CCgR),  de cytogenetica minstens om de 6 maanden worden herhaald.
  • Een volledige cytogenetische respons (CCgR) is gedefinieerd als de onmogelijkheid om het Philadelphia-chromosoom op te sporen door de chromosoom-metafases te analyseren.
  • Een partiële cytogenetische respons (PCgR) is gedefinieerd als de aanwezigheid van 1%-35% positieve philadelphiachromosoommetafasen.
  • Moleculaire respons
  • De controle van de moleculaire respons wordt uitgevoerd  met PCR die de hoeveelheid van BCR-ABL/ABL-afwijkingen bepaalt.
  • Het moet minstens om de 3 maanden worden herhaald tot een belangrijke moleculaire remissie is bereikt,
  • Grote moleculaire remissie wordt gedefinieerd door een PCR-resultaat met BCR-ABL/ABL < 0,10% op de internationale schaal.
  • Zodra zowel een volledige cytogenetische respons als een belangrijke moleculaire remissie zijn bereikt, moet om de 12 maanden een cytogenetische controle en om de 6 maanden een moleculaire controle met behulp van PCR worden uitgevoerd.

Patiënten die een optimale respons bereiken moeten de behandeling voortzetten met imatinib of de tyrosinekinaseremmer van de tweede generatie die ze krijgen. Alleen in het kader van een klinische studie mag deze groep patiënten de behandeling stopzetten.

Patiënten met alleen een suboptimale respons kunnen in aanmerking komen voor een dosisverhoging van hun tyrosinekinaseremmer of overschakeling, als ze imatinib krijgen, naar een tyrosinekinaseremmer van de tweede generatie.

Patiënten die niet op hun imatinib reageren, moeten overschakelen naar een tyrosinekinaseremmer van de tweede generatie zoals dasatinib of nilotinib. Recent werd een tweede generatie tyrosinekinaseremmer (bosutinib) goedgekeurd in de VS. De tyrosinekinaseremmer ponatinib werd ook goedgekeurd in de VS voor de CML-vormen die een speciale mutatie genaamd T315l hebben. Een ander medicijntype, omacetaxine, dat niet behoort tot de klasse van tyrosinekinaseremmers werd ook recent goedgekeurd in de VS voor de behandeling van gevallen waarbij CML immuun is aan tyrosinekinaseremmers. Een dosisverhoging van imatinib heeft waarschijnlijk geen heilzaam effect op de voortschrijdende ziekte. De mogelijkheid om een respons te bereiken en de responsduur moeten als belangrijke factoren worden beschouwd wanneer patiënten in aanmerking komen voor een allogene beenmergtransplantatie.

Behandeling voor de accelaratiefase of blastencrisis van CML

In deze fasen is er minder bewijs beschikbaar om te beslissen welke optie het de beste is. Een behandeling met een tyrosinekinaseremmer kan opgestart worden bij patiënten die nog niet eerder behandeld werden met een tyrosinekinaseremmer. De verandering naar een andere tyrosinekinaseremmer of chemotherapie kan als een optie beschouwd worden voor patiënten die eerder al behandeld werden met een tyrosinekinaseremmer. Die opties werken echter slechts voor een beperkte tijd.

Bij deze patiënten blijft het uitvoeren van een allogene beenmergtransplantatie de meest gangbare optie en dient deze dus in overweging genomen worden. Dit is het proces waarbij de patiënt beenmergstamcellen van een andere persoon krijgt. De witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes van de patiënt worden vervangen door de cellen van de donor. De cellen van de donor worden onderdeel van het bloed van de patiënt. Aangezien de cellen van de donor nieuw zijn voor het lichaam van de patiënt, kunnen ze de cellen van de patiënt als lichaamsvreemd herkennen en de eigen cellen van de patiënt aantasten (dit is bekend als graft versus host-ziekte). GVHD impliceert typisch de T-cellen van de donor in het transplantaat en tast vooral de huid, het maag-darmkanaal (mond, maag en darmen) en de lever van de patiënt aan. Deze weefsels brengen minor histocompatibiliteitsantigenen tot expressie, waarvoor geen match dient gezocht te worden tussen de donor en de patiënt, dit in tegenstelling tot major histocompatibiliteitsantigenen. Hierdoor worden ze als vreemd herkend. Tijdens hetzelfde proces herkennen de cellen van de donor de leukemiecellen van de patiënt ook als lichaamsvreemd en vernietigen ze. Dit is het belangrijkste heilzame effect van een beenmergtransplantatie (bekend als graft versus leukemie-effect). Beenmergstamceltransplanties bieden de mogelijkheid om de leukemie uit te roeien en de patiënt volledig te genezen.

Een allogene beenmergtransplantatie is de enige aangetoonde curatieve behandeling voor CML in alle fasen van de ziekte. Om de ziekteprogressie onder controle te houden en vóór transplantatie een respons te bereiken, moeten patiënten een deelname aan een klinische studie, een tyrosinekinaseremmer van de tweede generatie of conventionele cytotoxische chemotherapie overwegen.

Behandeling van refractaire ziekte

De ziekte kan refractair worden voor een behandeling met een tyrosinekinaseremmer. Refractaire ziekte kan zich ontwikkelen bij ziekteprogressie als gevolg van mutaties in het BCR-ABL-tyrosinekinase. Bij ziekteprogressie en wanneer de dosis wordt verhoogd of er wordt overgeschakeld naar een andere tyrosinekinaseremmer, is het belangrijk dat de mutaties worden gescreend die leiden tot behandelingsresistentie. In zeldzame gevallen waarbij de therapietrouw of het geneesmiddelenmetabolisme een probleem is, kunnen de imatinib-concentraties in het perifere bloed worden geanalyseerd. Wat de specifieke mutatie genaamd T315l-mutatie betreft, werd één tyrosinekinaseremmer, ponatinib, goedgekeurd, maar dit uitlsuitend in de VS tot op heden.

Behandeling van patiënten die geen tyrosinekinaseremmers verdragen

Patiënten die ernstige bijwerkingen krijgen door tyrosinekinaseremmers van de eerste generatie, zoals ernstige huiduitslag, ernstig oedeem (zwelling van de benen) of vochtophoping in de longen moeten eerst met tyrosinekinaseremmers van de tweede generatie worden behandeld. De meeste patiënten die tyrosinekinaseremmers van de eerste generatie niet verdragen kunnen met succes worden behandeld met tyrosinekinaseremmers van de tweede generatie zonder bijwerkingen. Om het risico op bijwerkingen te verminderen, kan de dosis van de tyrosinekinaseremmers van de tweede generatie worden verlaagd zonder verlies aan werkzaamheid. Voor patiënten die drie tyrosinekinaseremmers kunnen verdragen, blijkt een nieuwe therapie, omacetaxine werkzaam te zijn en verdragen te worden. In zeldzame gevallen moet voor patiënten die niet alle tyrosinekinaseremmers verdragen een beenmergtransplantatie van een broer of zus of een niet-verwante donor worden overwogen.

Behandeling van de ziektesymptomen en de bijwerkingen van de behandeling

Leukemie en haar behandeling kunnen ernstige bijwerkingen veroorzaken, zoals diarree, misselijkheid, braken, haaruitval, gebrek aan energie, eetlust en ernstige infecties. Voor deze bijwerkingen bestaan doeltreffende therapieën en patiënten mogen ervan uitgaan dat sommige van deze problemen kunnen worden behandeld.

 

Wat gebeurt er daarna?

Tegenwoordig moeten patiënten met CML levenslang worden behandeld met tyrosinekinaseremmers. Momenteel wordt onderzocht of de behandeling kan worden stopgezet en welke patiënten de behandeling zouden mogen stopzetten. Buiten klinische studies is stopzetting van de behandeling niet aanbevolen.

Waarom en hoe moet ik door artsen worden opgevolgd?

Na de start van de behandeling zullen artsen een follow-up voorstellen om:

  • mogelijke progressie, recidief of relaps van de leukemie zo snel mogelijk op te sporen
  • de bijwerkingen van de behandeling te evalueren en te behandelen
  • psychologische ondersteuning te bieden en informatie te verstrekken om de terugkeer naar een normaal leven te versnellen.

De follow-upbezoeken met de oncoloog omvatten:

  • het opnemen van de voorgeschiedenis, het informeren naar symptomen en een lichamelijk onderzoek
  • een routine-evaluatie van de volledige bloedceltelling
  • een herhaalde beenmergbiopsie, uitsluitend in het geval van een eerdere mislukte behandeling, of in geval van onverklaarbare thrombocytopenie, of wanneer een betrouwbare moleculaire test niet verkregen kan worden

In het algemeen wordt na drie maanden behandeling om de 6 maanden de cytogenetisch onderzoek herhaald tot een volledige cytogenetische respons is bereikt en bevestigd.PCR wordt om de 3 maanden herhaald tot een belangrijke moleculaire respons is bereikt. Zodra ze bereikt en bevestigd zijn, wordt een cytogenetisch onderzoek aangeraden om de 12 maanden, maar dit is niet nodig indien een betrouwbare moleculaire test beschikbaar is. Van zodra een noemenswaardige moleculaire respons verkregen werd, wordt een moleculaire test ten minste om de 6 maanden aangeraden.IIndien het volgens de risicoscore om een hoogrisicopatiënt gaat, of een patiënt met een suboptimale therapierespons, kan een frequentere controle aangeraden zijn. De screening op BCR-ABL-mutaties moet alleen worden voorgesteld in geval van behandelingsfalen of suboptimale respons.

Terugkeer naar een normaal leven

Het kan moeilijk zijn om te leven met de gedachte dat de leukemie kan terugkomen. Op basis van de huidige kennis, bestaat er geen specifieke manier om het risico op recidief te verminderen. Als gevolg van de kanker zelf en van de behandeling kan voor sommige mensen een terugkeer naar een normaal leven moeilijk zijn. Er kunnen vragen ter sprake komen over het lichaamsbeeld, seksualiteit, vermoeidheid, werk, emoties of levensstijl. Het kan nuttig zijn om deze vragen te bespreken met familie, vrienden, andere patiënten of artsen. In vele landen bestaan er patiëntenorganisaties die advies verstrekken, bv. over het omgaan met de effecten van de behandeling, psycho-oncologische diensten of telefonische infolijnen.

Hoe belangrijk is het om mijn medicijn in te nemen?

Alleen geneesmiddelen die worden ingenomen kunnen daadwerkelijk werken. Het is zeer belangrijk om uw medicijn in te nemen zoals voorgeschreven.

Uit studies blijkt dat de therapietrouw bij patiënten met CML sterk verschilt. In het bijzonder bij de behandeling met orale geneesmiddelen zoals bij CML, is het vooral de verantwoordelijkheid van de patiënt om het geneesmiddel in te nemen zoals voorgeschreven. Opzettelijke of ongewilde therapieontrouw kan een significante impact hebben op het welslagen van de therapie en de instandhouding van de respons. CML-studies hebben een sterk verband aangetoond tussen het niveau van de therapietrouw, de relaps- en responspercentages en het percentage ziekenhuisopnamen. Het missen van slechts 1 op 10 pillen blijkt al een significante impact te hebben op de remissiepercentages.

Wat als de leukemie verergert of terugkomt?

Leukemie die verergert, zoals verandering van chronische in acceleratiefase of blastencrisis, wordt ziekteprogressie of relaps genoemd. De behandeling hangt af van de leeftijd van de patiënt, de vroegere behandeling en de mogelijkheid van een beenmergtransplantatie. Specifieke behandelingsaanbevelingen worden voor elke ziektefase besproken.

Na het bereiken van een respons met een tyrosinekinaseremmer van de tweede generatie, is een beenmergtransplantatie aanbevolen bij patiënten in de acceleratie of blastische fase en bij diegenen met een T3151-mutatie, als een broer of zus of niet-verwante donor kan worden gevonden indien alleen een beenmergtransplantatie een kans op genezing biedt. Patiënten die recidiveren na een beenmergtransplantatie komen meestal niet in aanmerking voor een tweede transplantatie. In plaats daarvan zijn een donorlymfocyteninfuus met een tyrosinekinaseremmer of een klinische studie de voorkeursopties voor patiënten die recidiveren na een beenmergtransplantatie.

Moet ik een deelname aan klinische studies overwegen?

Met de huidige standaardtherapie, inclusief tyrosinekinaseremmers, hebben patiënten met CML een gunstige prognose. In zeldzame gevallen vordert de ziekte niettegenstaande de beste huidige therapieën. In dergelijke gevallen is de prognose ongunstig en kunnen alternatieve therapieën inclusief klinische studies worden overwogen. Daarom onderzoeken artsen en wetenschappers nieuwe therapieën. Veelbelovende behandelingen moeten eerst in klinische studies worden getest voordat ze aan alle patiënten worden toegediend. Klinische studies bieden de gelegenheid om een nieuwe therapie te krijgen voordat ze algemeen beschikbaar is. Dergelijke nieuwe therapieën houden anderzijds ook een aantal risico's en onbekende bijwerkingen in. Omwille van deze positieve en negatieve aspecten van klinische studies is het zeer belangrijk om de geschiktheid van een klinische studie met uw arts te bespreken.

Waar kan ik een CML- patiëntenvereniging vinden?

Via pleitbezorgingsgroepen voor patiënten kunt u in contact komen met andere patiënten met CML, meer te weten komen over uw ziekte, nuttige informatie identificeren, een ervaren arts vinden voor bijkomend advies of klinische centra vinden die klinische studies uitvoeren. Bezoek de CML Advocates Network group op http://www.cmladvocates.net/members om een vereniging in uw land te vinden.

Synoniemen

Chronische myeloïde leukemie

CML

Chronische myelogene leukemie

Chronische myelocytaire leukemie

Chronische granulocytaire leukemie

CGL

Chronische myelocytische leukemie

Chronische  granulocytische leukemie

cml leukemie

Bloedkanker

Bloed kanker

Therapies by type

De hierna volgende lijst van behandelingen is gebaseerd op wat we tot hiertoe specifiek over deze kanker in wetenschappelijke studies hebben gevonden. Wil u informatie over alle door ons opgelijste behandelingen gelieve dan onder de tab BEHANDELINGEN te zoeken. Geregistreerde geneesmiddelen, radiotherapie en chirurgische ingrepen zijn deze die zijn goedgekeurd door de autoriteiten.

Geregistreerde geneesmiddelen

Medicijnen tegen kanker die in de VS of in landen van de Europese Unie regulier op de markt zijn. Meer

Behandelingen gebaseerd op cellen

De toediening van gemanipuleerde menselijke cellen die al dan niet van de patiënt zelf afkomstig zijn. Meer

Natuurlijke producten (excl. geregistreerde geneesmiddelen)

Stoffen die in de natuur voorkomen en gewoonlijk een farmacologische of biologische werking hebben. Meer

Klinische studies

Een klinisch onderzoek is een onderzoeksstudie met patiënten om te evalueren of een nieuwe behandeling veilig is (veiligheid) en of zij werkt (werkzaamheid). Klinische studies worden verricht om de werkzaamheid van geneesmiddelen maar ook van niet-geneesmiddelen zoals radiotherapie of chirurgie en combinaties van verschillende behandelingen te testen.
Klinische studies hebben plaats in allerlei ziekenhuizen en klinieken, maar meestal in academische ziekenhuizen. Zij worden door onderzoekers en artsen opgezet.
Het Antikankerfonds levert een hulpmiddel om op kankertype en land te zoeken naar fase III klinische studies. Voor België, Nederland, Zwitserland, Luxemburg, Frankrijk en het VK levert het Antikankerfonds aanspreekpunten om meer informatie te verkrijgen over de momenteel lopende fase III klinische studies. Bespreek de mogelijkheid om aan een van deze studies deel te nemen met uw arts.

Een lijst met fase III klinische studies voor chronische myeloïde leukemie (in het Engels: chronic myoloid leukemia, omdat de klinische studies in het Engels kunnen worden weergegeven) is hier beschikbaar.